voorproefje

Biologie 1: al wat leeft en groeit

‘Biologie’ komt van het Griekse ‘bios’ (leven), en ‘logos’ (leer). Dus het betekent ‘De leer van het leven’! Het leven op aarde kent talloze vormen, waarvan wij mensen een zeer opvallende zijn. Eén enkel dier of plant wordt een organisme genoemd. Als mens zijn we dus ook een organisme.

Al het leven op aarde is grofweg in vier groepen in te delen: Dieren, planten, schimmels en bacteriën. Deze opdracht beperkt zich tot de dieren en de planten; schimmels en bacteriën komen in latere opdrachten aan bod.

Voorproefje

Alle levende wezens voldoen aan een aantal eigenschappen:

  1. Ze hebben om te beginnen voeding nodig om te leven. Zo eten dieren andere dieren of planten, en planten maken hun eigen voedsel uit zonlicht, water en kooldioxide (CO2).
  2. Levende wezens groeien: als ze voldoende voeding hebben, kunnen ze groter groeien.
  3. Voortplanting is ook erg belangrijk: zonder voortplanting zou een soort snel uitsterven, en veel organismen besteden daarom een groot deel van hun tijd en hun energie aan voortplanting.

Kies één dier en één plant en beschrijf voor deze organismen hoe de hierboven genoemde 3 eigenschappen een rol spelen in hun leven. Wat eten ze, hoe groot en oud worden ze, en hoe planten ze zich voort?

Dier:

Voeding: ..

Groei: ..

Voortplanting: ..

Meer weten? Log in om met deze opdracht te beginnen of meld uw school aan.

De Digitale Topschool

Online onderwijs voor kinderen op de basisschool met talent voor leren.

School aanmelden

Over de auteur

Met dank aan TOP-leraar Tim Heusschen.